Bij elk bodemonderzoek hoort een situatietekening met de ligging van boringen, peilbuizen en contouren. Voor veel bodemprofessionals is dat ook het enige waarvoor zij GIS gebruiken. Een deel werkt er nog helemaal niet mee.
De belangrijkste drempel is de complexiteit van GIS-software. Pakketten als QGIS en ArcGIS bieden veel mogelijkheden, maar vragen tijd om te leren. In veel teams ligt de GIS-kennis bij één of twee collega's. Wie er niet regelmatig mee werkt, moet zich telkens opnieuw inwerken.
Tegelijkertijd levert GIS in iedere fase van een bodemonderzoek meerwaarde op: een beter onderbouwde onderzoeksstrategie, sneller inzicht in de inkadering van verontreinigingen en één eenduidig beeld voor veldteam, projectleider, adviseur, opdrachtgever en bevoegd gezag. Dankzij webGIS-toepassingen is de drempel bovendien lager geworden.
In dit artikel lees je waarom locatie de verbindende factor is in bodemdata, welke tien praktische GIS-toepassingen je per projectfase kunt gebruiken en wat je nodig hebt om met actuele TerraIndex-data in GIS te werken.
Beter voorbereiden
Combineer historie, contouren en omgevingsinformatie in één onderzoeksopzet.
Ruimtelijk beoordelen
Herken patronen, meet afstanden en bepaal waar aanvullend onderzoek nodig is.
Eenduidig delen
Werk met één kaart voor veldteam, adviseur, opdrachtgever en bevoegd gezag.
Bodemdata is locatiedata
Vrijwel alle gegevens uit een bodemonderzoek zijn aan een locatie gekoppeld. Toch worden ze vaak beoordeeld in boorbeschrijvingen, toetsingstabellen en rapporten, met coördinaten als losse kolom. Verbanden tussen meetpunten, mogelijke bronnen en de omgeving moet je dan zelf afleiden.
“De uitdaging is niet langer verzamelen, maar verbinden. Werkprocessen zijn ingericht rond wie, wat en wanneer. Het waar wordt pas achteraf toegevoegd, als dat al gebeurt.”
Een afzonderlijke boring is een verzameling meetwaarden. In combinatie met omliggende boringen en omgevingsdata, zoals gegevens uit de Basisregistratie Ondergrond (BRO) of de begrenzing van Natura 2000-gebieden, helpt dezelfde boring om praktijkvragen te beantwoorden. Is de locatie geschikt voor bebouwing? Hoeveel zetting is te verwachten? Mag vrijkomende grond elders worden toegepast?
GIS voegt daarbij drie belangrijke functies toe:
| Functie | Toepassing in bodemonderzoek |
|---|---|
| Visualiseren | Toon overschrijdingen op de kaart en zie direct waar een mogelijk probleem ligt. |
| Combineren | Breng boringen, bodemkwaliteitsklassen, kadastrale grenzen, KLIC-gegevens en andere bronnen ruimtelijk samen. |
| Analyseren | Beantwoord ruimtelijke vragen die geen losse bron kan beantwoorden, bijvoorbeeld hoeveel grond per kwaliteitsklasse vrijkomt. |
Voor veel toepassingen heb je slechts een beperkt deel van de GIS-functionaliteit nodig: kaartlagen inladen, filteren, meten en resultaten op kleur weergeven. Wie zonder uitgebreid leertraject wil beginnen, kan kiezen voor een webGIS dat is ingericht voor professionals zonder GIS-achtergrond, zoals Onemap van GeoSquare.
10 praktische GIS-toepassingen per projectfase
Hieronder staan tien toepassingen, ingedeeld naar de fasen van een bodemonderzoek. Per toepassing lees je welke vraag je ermee beantwoordt en welke gegevens je daarvoor combineert.
GIS bij de voorbereiding van bodemonderzoek
Verdachte locaties onderbouwen met historische informatie
Gedempte sloten, voormalige ondergrondse tanks en gesloopte bedrijfsgebouwen zijn vaak niet meer zichtbaar, maar bepalen wel de onderzoeksopzet. Door historische kaarten, luchtfoto's en boringen uit eerdere onderzoeken over de huidige situatie te leggen, bepaal je de ligging van verdachte deellocaties nauwkeurig. Het boorplan sluit daardoor direct aan op het vooronderzoek.
De onderzoeksstrategie ruimtelijk bepalen
Het aantal boringen, peilbuizen en inspectiegaten volgt uit de oppervlakte en verdachtheid van (deel)locaties. In GIS meet je die oppervlakten en zie je verdachte locaties, onderzoeksgrenzen en grondwatergegevens in één beeld. Zo stel je een onderzoeksstrategie volgens NEN 5740 of NEN 5707 op die ook ruimtelijk klopt en teken je de geplande meetpunten direct in.
Het veldwerk veilig en uitvoerbaar voorbereiden
KLIC-gegevens tonen vooraf waar kabels en leidingen liggen, waaronder leidingen waarvoor aanvullende voorzorgsmaatregelen gelden. Perceelgrenzen laten zien of een meetpunt buiten het terrein van de opdrachtgever valt en aanvullende toestemming vereist. Waar relevant neem je ook informatie over niet-gesprongen explosieven mee. Zo ontvangt het veldteam een boorplan dat inhoudelijk én praktisch uitvoerbaar is.
GIS tijdens het veldwerk
De gevolgen van een verplaatste boring beoordelen
In het veld kan een boring niet altijd op de geplande plek worden gezet, bijvoorbeeld door verharding, bebouwing of kabels. Een verplaatsing van enkele meters kan inhoudelijk relevant zijn. Staan de werkelijk ingemeten boringen direct op de kaart, dan beoordeelt de projectleider of adviseur meteen of de verdachte locatie nog voldoende is afgedekt of dat een extra meetpunt nodig is. Een gedeelde kaart met verdachte locaties helpt het veldteam om ter plaatse de juiste keuze te maken.
Resultaten beoordelen en analyseren in GIS
Resultaten ruimtelijk beoordelen
Op de kaart zie je of een overschrijding een losstaande waarde is of deel uitmaakt van een patroon. Je beoordeelt of de verontreiniging voldoende is ingekaderd en of schone boringen voldoende dichtbij liggen. Door te filteren op boven- en ondergrond bepaal je of aanvullende analyses op bestaande monsters volstaan of dat extra boringen nodig zijn.
Afstanden en oppervlakten meten voor vervolgkeuzes
Met GIS meet je de afstand tussen een verhoogde waarde en de vermoedelijke bron, en maak je een eerste inschatting van de oppervlakte van een verontreinigde zone. In combinatie met een bekende laagdikte geeft dit een indicatie van het volume. Deze maten ondersteunen de opzet van nader onderzoek en een eerste kostenraming voor sanering.
Filteren op wat relevant is voor de onderzoeksvraag
Op grotere locaties wordt een kaart met alle gegevens snel onoverzichtelijk. Door te filteren gebruik je dezelfde dataset voor verschillende vragen, zonder telkens een nieuwe kaart op te bouwen. Je kunt bijvoorbeeld:
- alleen peilbuizen of alleen boringen tonen;
- de resultaten van één parameter bekijken, zoals zink of PFAS;
- alleen overschrijdingen van een bepaalde klasse weergeven;
- meetpunten binnen één deellocatie selecteren;
- resultaten uit een specifieke bodemlaag bekijken.
Werken op verschillende schaalniveaus
In GIS schakel je tussen het volledige projectgebied, een deellocatie en een individueel meetpunt. Dezelfde kaart dient als overzicht voor de projectleider, als detailkaart voor het veldteam en als basis voor de rapportage.
GIS bij rapportage en advies
Bronnen in één omgeving raadplegen
Historische kaarten, kadastrale percelen, KLIC-gegevens, hoogtegegevens uit het AHN, grondwatergegevens uit de BRO en eerdere onderzoeken zijn vaak als kaartdienst beschikbaar. In één GIS-omgeving raadpleeg je ze naast je eigen onderzoeksgegevens, zonder voortdurend te wisselen tussen pdf's, bestanden en websites.
Eén kaart voor intern overleg, opdrachtgever en bevoegd gezag
De kaart waarop je een locatie beoordeelt, gebruik je ook om conclusies te onderbouwen. Intern maak je inzichtelijk waarom een aanvullende boring nodig is. Richting opdrachtgever en bevoegd gezag laat je zien waar verontreiniging is aangetroffen en hoe die over de locatie is verdeeld. Voor de eindrapportage liggen meetpunten, resultaten en contouren al klaar.
TerraIndex-data in GIS: exporteren of direct koppelen
Voor deze toepassingen moet de data in GIS aansluiten op de actuele stand van het onderzoek in TerraIndex. Dat kan op twee manieren.
Exporteren en importeren. Je exporteert coördinaten en resultaten uit TerraIndex en laadt ze in je GIS-pakket. Dat werkt, maar een export is een momentopname. Na iedere wijziging maak je een nieuwe export en vervang je de kaartlagen. Werk je met meerdere collega's aan hetzelfde project, dan moet je bovendien bewaken wie met welke versie werkt.
Direct koppelen met de TerraIndex GeoServer. De GeoServer maakt TerraIndex-data via WFS beschikbaar als kaartlagen in GIS. TerraIndex blijft de centrale bron en wijzigingen worden vanuit TerraIndex in de kaartlagen verwerkt, zonder dat je telkens een nieuwe export hoeft te maken. Beschikbaar zijn onder meer:
- veldgegevens van de werkelijk ingemeten meetpunten;
- toetsingsresultaten, te filteren per laag en op boven- en ondergrond;
- projectcontouren;
- deellocatiecontouren.
| GIS-omgeving | Past bij |
|---|---|
| Onemap van GeoSquare | Teams zonder GIS-specialist die vanuit hun bodemkennis snel ruimtelijk willen werken |
| QGIS | Organisaties met een bestaande open-source-GIS-werkwijze |
| ArcGIS | Organisaties die al met Esri werken |
| Andere GIS-software | Toepassingen die WFS-diensten kunnen inlezen |
Wil je precies weten hoe de koppeling werkt? Lees dan Wat is de TerraIndex GeoServer?
Gratis proefkoppeling met je eigen TerraIndex-projecten
Wil je beoordelen wat een directe GIS-koppeling voor jouw werkwijze oplevert? Test het met je eigen TerraIndex-data.
Met een gratis en vrijblijvende proefkoppeling werk je met je lopende projecten als actuele kaartlagen in Onemap, QGIS, ArcGIS of andere GIS-software die WFS ondersteunt.
- Vraag de proefkoppeling aan.
- Jeroen ten Kate, accountmanager bij TerraIndex, neemt persoonlijk contact met je op om de koppeling af te stemmen.
- Je gaat aan de slag met je eigen projecten en ontdekt wat GIS voor jouw werk oplevert.
Vraag een gratis proefkoppeling aan ➔
Niet bij het webinar geweest? Bekijk dan de opname, waarin Bram Ardesch en Jeroen ten Kate van TerraIndex en Maarten van der Hoek en Wilbert van Dorremolen van GeoSquare de koppeling in de praktijk demonstreren. Bekijk de opname
Bron
- Geologische Dienst Nederland, Ondergrond in beeld, geraadpleegd op 17 september 2026.