Waar het misgaat
Depots vullen de landelijke basis zelf in
De KNA stelt landelijke eisen aan de deponering van archeologisch onderzoek, maar depots hanteren daarnaast eigen eisen. Hierdoor moeten onderzoeksbureaus per depot nagaan waaraan een aanlevering moet voldoen.
SIKB erkent dit knelpunt en pleit voor verdere standaardisatie, waarvoor op termijn ook aanpassing van de KNA nodig is. Gemeentelijke depots werken aan het harmoniseren van hun eisen. Daarnaast vinden op initiatief van de RCE gesprekken plaats tussen depots en certificaathouders. Zolang de eisen per depot verschillen, moeten onderzoeksbureaus rekening houden met de eisen van het ontvangende depot, ongeacht wat in het PvE staat.
SIKB 0102 dekt niet alles
Niet alle aanvullende depoteisen hebben betrekking op de onderzoeksgegevens. Zo kan een depot eisen dat verpakkingen niet zwaarder zijn dan vijftien kilo. Dat staat los van de digitale gegevensoverdracht, maar onderzoeksbureaus moeten er bij de deponering wel rekening mee houden.
Maar ook SIKB 0102 zelf is nog niet compleet. Voor sommige situaties ontbreken regels, waardoor onderzoeksbureaus, softwareleveranciers en depots ieder hun eigen werkwijze hanteren. Dat levert problemen op bij het uitwisselen en verwerken van gegevens.
Vanuit TerraIndex brengen we knelpunten in SIKB 0102 onder de aandacht bij SIKB. Zo hebben we wijzigingsverzoeken ingediend voor onder meer spooraardtypen, materiaalcategorieën en artefactinformatie.
De digitale overdracht moet exact kloppen
Ook wanneer de inhoud wél compleet is, moet de digitale overdracht zelf kloppen. De XML moet exact volgens SIKB 0102 zijn opgebouwd en de media moeten op een manier worden meegestuurd die de ontvangende software ook daadwerkelijk kan verwerken.
Een extra uitdaging hierin is dat veel gemeentelijke depots wel een GIS-systeem gebruiken, maar niet allemaal dezelfde versie. Geometrieën die bij het ene depot probleemloos worden ingelezen, kunnen bij het andere alsnog vastlopen.
Ook gegevens zoals spoordateringen, coördinaten en NAP-waarden kunnen wel in de GIS-data staan, maar niet in de pakbon zijn overgenomen. Voor een depot kan dat voldoende reden zijn om de aanlevering af te keuren.
Sinds 1 april 2026 geldt bovendien een aanvullende eis: aangeleverde bestanden moeten volgens BRL SIKB 4000 in de voorkeursformaten van DANS zijn, met afwijking alleen mogelijk in overleg tussen certificaathouder en het ontvangende depot.
Vanuit TerraIndex testen we daarom de gegevensuitwisseling met verschillende partijen en systemen. Zo hebben we samen met BIJ12 de SIKB 0102-overdracht naar ArcheoDepot getest, waarbij de gegevens goed konden worden ingelezen.
Gevolgen voor het hergebruik van archeologische gegevens
De verschillen in de opbouw van pakbonnen hebben ook gevolgen na de deponering. Volgens SIKB zijn de pakbonvarianten die in Nederland worden gebruikt onvoldoende eenduidig voor verwerking in Archis, de landelijke registratievoorziening van de RCE. Vondsten die via de pakbon zijn gedeponeerd, komen daardoor niet automatisch in het landelijke systeem terecht.
Dit heeft ook gevolgen voor AGNES, de zoekmachine die archeologische rapporten en data doorzoekbaar maakt. AGNES is voor een deel afhankelijk van de deponeringen bij Archis en DANS. Wanneer gegevens daar niet eenduidig worden geregistreerd, zijn ze voor AGNES moeilijker te vinden en te combineren. Dat bemoeilijkt het werk van onderzoekers die later gebruik willen maken van deze gegevens.

De samenhang tussen registratie, deponering en hergebruik van archeologische gegevens, schematisch weergegeven.
Waar verdere standaardisatie nodig is
Met de KNA en SIKB 0102 ligt er een landelijke basis voor de registratie en overdracht van archeologische gegevens. Maar zolang de standaarden ruimte laten voor verschillende werkwijzen, blijven onderzoeksbureaus, depots en softwareleveranciers die ruimte ieder op hun eigen manier invullen.
De harmonisatie van depoteisen pakt een deel van het probleem aan, maar verschillen in gegevensregistratie en verwerking tussen softwaresystemen blijven bestaan.
Om die verschillen op te lossen, moeten onderzoeksbureaus, depots, softwareleveranciers en organisaties die de standaarden beheren afspraken maken over hoe gegevens worden vastgelegd en uitgewisseld.
Uiteindelijk moeten de gegevens van een opgraving niet alleen bij het depot terechtkomen, maar ook beschikbaar en bruikbaar zijn voor de onderzoeker die er over twintig jaar mee aan de slag gaat. Dat is geen taak voor één partij. Dat is werk voor de hele markt samen.